Weinig steden liggen zo gunstig voor een fietser als Amersfoort. Aan de ene kant beginnen binnen een paar kilometer de bossen en de heuvels van de Utrechtse Heuvelrug, aan de andere kant liggen de vlakke, weidse polders van Eemland. Je kiest dus letterlijk aan welke kant van de stad je uit rijdt en wat voor rondje je wilt.
De bossen aan de westkant
Vanuit de binnenstad ben je in een kwartier bij Birkhoven en Bokkeduinen, en van daaruit rijd je door naar de bossen richting Soest en Soesterberg. Het is glooiend, met zandpaden en verharde fietspaden door elkaar. De heide en de zandverstuivingen liggen iets verder, en die zijn in het late voorjaar en in augustus op hun mooist. Dit is ook de kant waar de Amersfoortse Kei vandaan komt.
De Heuvelrug in
Wie meer kilometers wil, rijdt de Utrechtse Heuvelrug op richting Leusden, Woudenberg en verder. Daar liggen landgoederen met lange lanen, bospaden en de hoogteverschillen die deze streek in Nederland uniek maken. Het is de kant waar wielrenners uit de hele regio naartoe gaan, en op een zondagochtend merk je dat aan het verkeer op de fietspaden.
De polders aan de noordkant
De andere kant is het complete tegenovergestelde. Vanaf de stad volg je de Eem naar het noorden, en dan open je op het polderlandschap van Eemland met dijken, weilanden en lange rechte wegen. Het is vlak, het is weids en het is stil. In het voorjaar zitten hier weidevogels, in de winter komen er grote groepen ganzen. Reken op wind, want er is geen beschutting.
Vier rondjes om te onthouden
- Een kort rondje door Birkhoven en Bokkeduinen, met de dierentuin en het bosbad onderweg.
- Langs de Eem naar het noorden en via de dijken terug, met veel water en lucht.
- Door de landgoederen richting Leusden en Woudenberg, glooiend en beschut.
- Een rondje langs de stadsparken, van Schothorst via Randenbroek naar Nimmerdor.
Knooppunten
De hele regio is voorzien van een fietsknooppuntennetwerk, en dat is de eenvoudigste manier om een route te maken. Je kiest een aantal nummers, schrijft ze op en rijdt van bordje naar bordje. Dat werkt beter dan een route op je telefoon volgen, want je hoeft niet te kijken en je kunt onderweg besluiten om het langer of korter te maken.
De stad uit komen
Amersfoort heeft goede doorgaande fietsroutes en een aantal snelfietsroutes richting omliggende plaatsen. Vanuit de wijken kom je vrijwel altijd via een fietspad of een park de stad uit zonder lang langs drukke wegen te rijden. Vanuit Vathorst en Hoogland zit je snel in de polder, vanuit het Leusderkwartier en Randenbroek even snel in het bos.
Wanneer je gaat
Het voorjaar is voor de polder het mooist, met weidevogels en jong groen. De zomer is voor het bos het prettigst, omdat het er koeler is. In augustus bloeit de heide. In de winter is het polderlandschap op zijn indrukwekkendst, met lage zon en grote groepen vogels. Houd in het najaar en de winter rekening met wind uit het westen, en rijd dan eerst tegen de wind in.
Praktisch
Neem water en iets te eten mee, want in de polder zit weinig onderweg. In het bos zijn er horecapunten aan de rand, bij de dierentuin en het bosbad. Zorg voor verlichting als je in het donker terug rijdt, want de bospaden en de dijken zijn niet verlicht. En kijk bij zandpaden naar je banden, want een smalle racefiets komt daar niet ver.
Met de trein terug
Amersfoort heeft drie stations en ligt op een knooppunt, dus je kunt een enkele reis fietsen en met de trein terug. Dat maakt langere routes richting de Veluwe, de Gelderse Vallei of de Vechtstreek goed te doen zonder dezelfde weg terug te rijden. Houd rekening met de regels voor het meenemen van een fiets in de trein, want die gelden niet op elk moment van de dag.
Onderhoud en veiligheid
Op de zandpaden in het bos en op de dijken in de polder is een goede band belangrijker dan een lichte fiets. Controleer je verlichting voordat je in het najaar vertrekt, want de meeste routes buiten de stad zijn onverlicht. En houd op de drukke fietspaden richting de Heuvelrug rekening met wielrenners en mountainbikers, want die delen daar de ruimte met wandelaars en gezinnen.


