De bekendste Amersfoorter aller tijden schilderde uiteindelijk in New York, maar hij begon hier. Piet Mondriaan werd in 1872 in Amersfoort geboren, en in het huis waar dat gebeurde zit nu een museum. Voor een stad die vooral bekendstaat om poorten en een zwerfkei, is dat een verrassend modern visitekaartje.
Van Amersfoort naar New York
Mondriaan groeide op in een gezin waar tekenen serieus werd genomen, want zijn vader was onderwijzer en tekenaar en een oom was kunstschilder. Zijn vroege werk is figuratief, met landschappen, boerderijen en molens. Pas geleidelijk komt hij bij de abstractie waar hij wereldberoemd mee werd, met de horizontale en verticale lijnen en de primaire kleuren. Die ontwikkeling volgen van begin tot eind is precies wat het museum doet.
Wat je in het museum ziet
Het huis vertelt het verhaal van zijn leven en van de stap naar abstractie, met werk, documenten en reconstructies. Daarnaast zijn er wisselende tentoonstellingen over constructieve en geometrische kunst en over hedendaagse makers die in dezelfde lijn werken. Het is geen groot museum, en dat is een voordeel. Je bent er in anderhalf uur doorheen zonder het gevoel dat je iets bent misgelopen.
Voor wie het is
- Bezoekers die Mondriaan alleen van de rode, gele en blauwe vlakken kennen.
- Mensen met interesse in de overgang van figuratief naar abstract.
- Kinderen, want met lijnen en primaire kleuren werken is meteen te doen.
- Wie een regenachtige middag in de binnenstad wil vullen.
Met kinderen
Dit is een van de musea waar kinderen verrassend goed uit komen. Het systeem van Mondriaan is namelijk uit te leggen in één zin, en daarna kunnen ze er zelf mee aan de slag. Er zijn regelmatig activiteiten en opdrachten voor jonge bezoekers, en het formaat van het huis maakt dat niemand het spoor bijster raakt.
De andere musea in de stad
Amersfoort heeft meer op korte afstand. Museum Flehite vertelt de geschiedenis van de stad, van de middeleeuwen tot de Tweede Wereldoorlog, en toont ook werk van de kunstenaar Armando uit de collectie van de stad. Aan het Eemplein zit een kunsthal die zonder eigen collectie werkt en tentoonstellingen van elders haalt. Met een dag in de stad kun je er makkelijk twee doen.
Praktisch
Het museum staat in de binnenstad, op loopafstand van de Hof en de Muurhuizen. Kom met de trein of de fiets, want parkeren in de kern is beperkt en de garages liggen aan de rand. Reserveer bij drukke tentoonstellingen vooraf, en kijk voor je gaat of er op dat moment een wisselexpositie loopt die je interesseert, want dat bepaalt een groot deel van het bezoek.
Mondriaan in het straatbeeld
Buiten het museum kom je zijn naam in de stad tegen, in pleinen, gebouwen en verwijzingen. Dat is niet vreemd, want een stad die een wereldberoemde schilder heeft voortgebracht laat dat merken. Het aardige is dat het contrast met de middeleeuwse kern zo groot is. Een straat vol scheve gevels en dan een kunstenaar die alles wilde terugbrengen tot rechte lijnen.
Wat je meeneemt
Wie hier binnenkomt met het idee dat Mondriaan alleen vlakken maakte, gaat weg met een ander beeld. Het interessante zit in de tussenperiode, waarin je een boom stap voor stap ziet veranderen in een netwerk van lijnen. Dat is te volgen zonder enige kennis van kunstgeschiedenis, en het is de reden dat dit museum ook werkt voor mensen die normaal gesproken geen museum in gaan.
Amersfoort en de kunst
Het klinkt gek voor een stad van deze omvang, maar Amersfoort heeft meer dan gemiddeld met beeldende kunst. Naast Mondriaan is er de kunstenaar Armando, wiens werk in de stadscollectie zit, en er is een kunsthal die internationale tentoonstellingen naar de stad haalt. Daar komt een levendige scene van kleinere galeries en ateliers bij, met open dagen waarop makers hun werkruimte openstellen. Wie een middag vrij heeft, kan dat zonder auto allemaal lopend afleggen.
De naam die overal opduikt
Mondriaan is in Amersfoort niet alleen een museum. Zijn naam zit in een plein, in gebouwen en in bewegwijzering, en de kleurvlakken duiken in het straatbeeld op als knipoog. Voor de stad is hij een merk geworden, en dat is begrijpelijk. Weinig steden kunnen zeggen dat een van de invloedrijkste schilders van de twintigste eeuw hier zijn eerste jaren doorbracht.


