Er zijn in Nederland tientallen steden die ooit een club in het betaald voetbal hadden en die hem zijn kwijtgeraakt. Amersfoort hoort daarbij. Tien seizoenen lang stond de stad op de ranglijsten, en wie hier langer woont, kent iemand die er nog is geweest.
Hoe de club ontstond
In 1973 werd de betaalde tak van HVC losgekoppeld van de amateurvereniging. De profs gingen verder onder de naam SC Amersfoort, de amateurs bleven onder de oude naam bestaan. Die constructie was in die jaren gebruikelijk, want steeds meer verenigingen zagen in dat het betaald voetbal financieel een andere wereld was geworden dan het clubleven op zaterdag.
Sportpark Birkhoven
Thuis speelde de club op Sportpark Birkhoven, aan de westkant van de stad, tegen het bos aan. Het was een compact terrein waar op drukke dagen enkele duizenden mensen stonden. De ligging maakte het bijzonder, want je liep vanaf de tribune zo het bos in. Voor bezoekende supporters was het een van de meer eigenzinnige adressen in het Nederlandse voetbal.
Rood en wit
De clubkleuren waren rood en wit. In de stad zag je die op wedstrijddagen terug, en voor een generatie Amersfoorters is dat de kleurstelling die bij het stedelijke voetbal hoort. Die kleuren sluiten aan bij het stadswapen, waarin een rood kruis op een zilveren veld staat, verwijzend naar Sint Joris, de patroonheilige van de stad.
Tien seizoenen
De club speelde van het seizoen 1973-1974 tot en met 1982-1983 in het betaald voetbal. Het waren jaren met wisselend succes, met spelers die later elders naam maakten en met de gebruikelijke financiƫle zorgen van een kleine club. In het laatste seizoen werd de ploeg na vijftien speelronden uit de competitie genomen omdat de club failliet ging. Daarmee was het klaar.
Waarom het niet is teruggekomen
- De stad ligt ingeklemd tussen grote clubs in Utrecht, Amsterdam en op de Veluwe.
- Een betaaldvoetbalorganisatie vraagt een stadion en een structurele geldstroom.
- Het amateurvoetbal in de stad is sterk en breed georganiseerd.
- De sportieve aandacht in Amersfoort ligt verspreid over veel takken van sport.
Wat er nog van over is
Op Birkhoven wordt nog steeds gevoetbald, maar dan door amateurs. De naam SC Amersfoort duikt op in verhalen, in verzamelingen en bij liefhebbers van verdwenen clubs. Voor supporters van weleer is het een stuk stadsgeschiedenis dat in de familie wordt doorverteld, compleet met de wedstrijden tegen de grote namen uit die tijd.
De stad zonder profclub
Dat Amersfoort geen betaald voetbal heeft, betekent niet dat er weinig sport is. Integendeel, de stad heeft een van de grootste hockeyclubs van het land, een grote atletiekvereniging, een roeivereniging aan de Eem, een groot binnensportcomplex met een vijftigmeterbad en tientallen verenigingen in alle takken. De aandacht is verdeeld in plaats van geconcentreerd, en dat is een ander soort sportstad.
Voor wie de geschiedenis wil opzoeken
De clubgeschiedenis van HVC en SC Amersfoort is redelijk goed gedocumenteerd, met beeldmateriaal uit de jaren zeventig en tachtig dat een compleet andere voetbalwereld laat zien. In de stadsgeschiedenis van Amersfoort komt de sport terug als onderdeel van het verhaal van de twintigste eeuw, naast de kazernes, het spoor en de groei van de stad.
De supporters
Rond de club bestond een supportersschare die voor een stad van die omvang stevig was, met vaste bezoekers die van vader op zoon meegingen naar Birkhoven. Toen de club verdween, verspreidde die aanhang zich over clubs uit Utrecht, Amsterdam en de Veluwe. Dat verklaart waarom je in Amersfoort op een wedstrijddag shirts van vrijwel elke eredivisieclub tegenkomt.
Wat een stad verliest
Een profclub geeft een stad een gedeeld ritme, een gesprek op maandagochtend en een reden om ergens trots op te zijn. Dat is precies wat Amersfoort kwijtraakte. Wat ervoor terugkwam is een breed en sterk amateurlandschap, waarin op zaterdag duizenden mensen aan het sporten zijn in plaats van te kijken. Welke van de twee je liever hebt, is een kwestie van smaak.


